Starten met borstvoeding

Eerste keer aanleggen

Vlak na de geboorte als de baby goed alert en wakker is, is het het beste tijdstip om hem een eerste keer aan te leggen. Zo zal de melkproductie goed op gang komen en is een goede start verzekerd.

Huidcontact is onontbeerlijk

Ligt een baby na de bevalling huid op huid op de buik van de moeder, dan zoekt hij zelf met zijn mondje naar de borst. In het begin is het alleen maar wat likken en snuffelen. Geef hem even de tijd en hij zal spontaan beginnen te happen.

De eerste dagen zijn oefendagen. De borsten produceren kleine hoeveelheden colostrum. Colostrum is de moedermelk van de eerste dagen na de bevalling. Deze melk bevat veel afweerstoffen die belangrijk zijn voor de immuniteit van de baby. Ook stimuleert de laxerende werking van het colostrum een snelle eerste ontlasting bij de baby. Door een baby vaak aan te leggen kan hij zijn drinktechniek oefenen en krijgt hij alles wat hij nodig heeft. Soms kan het even duren voor de borstvoeding echt op gang komt.

De eerste borstvoedingen

Het is voor het contact tussen moeder en kind van essentieel belang dat de baby zo snel mogelijk na de bevalling op de borst van de moeder wordt gelegd. De eerste 24 uur moet de baby bijkomen van de bevalling. Hij verkeert dan in een staat van afwisselend lichte en diepe slaap. Het is daarom belangrijk om de baby aan te leggen bij het geringste signaal. Er hoeft niet te worden gewacht tot de baby geheel wakker is en het is niet erg als het aanleggen niet iedere keer lukt. De baby heeft tijdens de zwangerschap vetreserves opgebouwd voor de eerste dagen na de geboorte. Als de baby is bijgekomen van de bevalling gaat de baby vaak zelf op zoek naar de borst. Dit moment, zo mogelijk binnen 1 uur, moet worden benut om de baby voor de eerste keer aan te leggen. 

Als de baby honger heeft, geeft hij vaak eerst verschillende subtiele tekens vooraleer hij gaat huilen: hij likt aan zijn handjes en zijn oogjes zijn nog gesloten, hij balt zijn vuistjes, hij likt aan zijn lipjes, draait zijn hoofdje en zoekt de borst, de handjes gaan naar zijn mondje of hij maakt een gespannen indruk. Als er dan niet op zijn signaal gereageerd wordt, gaat hij uiteindelijk huilen maar dan is het wel moeilijker om hem aan de borst te leggen. Aan de andere kant betekent huilen niet altijd “honger hebben” (hij kan ook gewoon bij jou willen zijn).

Voor het optimaal op gang komen van de melkproductie is het goed als de baby de eerste dagen elke keer wordt aangelegd bij het geringste hongersignaal. Een baby die niet bij jou ligt, voelt en ruikt jou niet en zal dan een ander gedrag vertonen dan wanneer hij huid op huid ligt. We kunnen stellen (en erop vertrouwen) dat een voldragen baby die natuurlijk ter wereld gekomen is (zonder epidurale of kunstverlossing) en die continu huid op huid ligt bij de ouders, zelf zal aangeven wanneer hij honger heeft. Binnen de eerste 24 uur kan er een lange slaapperiode zijn en dat is helemaal ok. Het lijkt wel alsof hij zijn ouders een beetje wil laten bekomen van de intense gebeurtenis. 

Daarna kan hij echter heel vaak (en kort) aan de borst willen drinken en dan hoef je ook niets anders te doen dan hem te volgen. Zolang een baby actief drinkt, kan hij aan die borst blijven. Gaat de baby sabbelen of gewoon “hangen”, dan mag hij van de borst af en kan je eventueel wisselen van kant. Als je niet goed weet of hij al dan niet genoeg heeft, kan je hem met zijn hoofdje op je borstkas leggen (onder je kin en tussen beide borsten): als hij voldaan is, zal hij zich verder ontspannen en geen enkele kik meer geven. Als hij echter niet voldaan is, zal hij al gauw beginnen “spechten”. Daarmee bedoelen we dat hij zijn hoofd opricht en dan laat stuiteren op je borstkas met zijn mondje open… Een duidelijk signaal dat hij nog meer wil drinken!

Soms loopt een arbeid en bevalling niet altijd zoals gepland/gewenst en moet er (medisch) ingegrepen worden. Een mogelijk gevolg daarvan is dat een baby dan niet zo goed zal aangeven wanneer hij honger heeft omdat hij zelf wat moet bekomen en/of pijn heeft. Dan is het wel belangrijk volgende frequenties aan te houden: 8 tot 12 keer per 24 uur met een minimum van 7/8 keer per 24 uur. Dit komt neer op een maximale pauze tussen de voedingen van 3 uur overdag en ’s nachts 5 uur. Als je baby te moe of te slap is om aan de borst te gaan, kunnen we hem altijd een handje helpen door zelf colostrum (manueel) af te kolven en het hem op een lepeltje te geven. De volgende keer proberen we dan gewoon opnieuw rechtstreeks aan de borst.

Borststuwing

Borststuwing is een positief signaal. Enkele dagen na de bevalling komt de melkproductie op gang. De borsten zijn dan zwaarder en meer gespannen. Die stuwing is niet alleen te wijten aan de melkproductie, maar ook aan een versterkte doorbloeding van de weefsels ( = bloedstuwing). Soms gaat dit gepaard met pijnlijke borsten, een verhoogde temperatuur en/of hoofdpijn.

  • Voeden op vraag geeft de minste kans op pijnlijke stuwing.
  • Stuwing kan zich later ook nog voordoen. Het gaat dan vaak om een onevenwichtigheid tussen vraag en aanbod, bijvoorbeeld door een voeding over te slaan.
  • Koorts en erg gezwollen, glanzende, pijnlijke borsten kunnen wijzen op een borstontsteking en melk die vastzit in de borst. Contacteer in dit geval de vroedvrouw die jou thuis opvolgt.

Tips

  • Valt de baby na een paar slokjes meteen in slaap, kan je je afvragen of hij wel echt honger heeft. Leg hem anders weer op je borstkas: als hij begint te “spechten”, wil hij toch terug drinken maar ziet misschien op tegen het arbeidsintensieve drinken. Help hem dan een handje door compressie toe te passen op je borst tijdens het drinken. Of probeer eens van kant te wisselen, dat kan hem ook soms opnieuw aan het actief drinken krijgen. 
  • Clustervoeding = gedurende enkele uren aan een stuk alleen maar van de borst willen drinken: sommige baby’s hebben elke dag zo’n clustermoment.
  • Een baby krijgt genoeg voeding als:
    • Hij op vraag mag eten.
    • Hij ritmisch zuigt en hoorbaar slikt tijdens de voeding.
    • Hij ongeveer 6 plasluiers per dag heeft en zijn urine kleurloos tot lichtgeel is (nota: de eerste twee dagen zijn 2 plasluiers genoeg).
    • Hij in de eerste weken 3 à 5 (gele) stoelgangluiers per dag heeft.
    • Hij er levendig, tevreden en gelukkig uitziet.

Groeispurt (regeldagen)

Een echt ritme is sowieso ver te zoeken in het begin. Maar soms verschijnt er toch zoiets als een ritme dat dan plots weer van tafel geveegd kan worden door een groeispurt: het moment dat je baby een hele dag (dagen?) lang niets anders wil doen dan drinken. 

De baby geeft aan dat hij groeit en meer voeding nodig heeft. Laat hem dan vaker zuigen. Zo produceren de borsten weer meer melk en de melk zal zich aanpassen aan de behoeften van het kind. Na enkele dagen zal de baby zijn normale ritme hernemen.

De regeldagen komen ongeveer na 10 dagen, 3 weken, 6 weken, 3 maanden en tussen die periodes als de baby een verhoogde behoefte heeft. Gewoon aanvaarden en blijven (borstvoeding) geven!

Aanleghoudingen

Een succesvolle borstvoeding staat of valt vaak met het goed aanleggen van de baby. Het is daarbij van groot belang dat de moeder zich de aanlegtechnieken zo snel mogelijk eigen maakt en dat de vroedvrouw daarbij adviseert. Goed aanleggen bevordert bovendien de ontwikkeling van een goed zuigpatroon bij de baby.Het is vooral belangrijk dat u een houding zoekt die prettig is. 

Liggend voeden is vooral prettig voor de nacht- en ochtendvoedingen, wanneer u nog lekker in bed ligt. De moeder en haar baby liggen allebei goed op de zij. De tepel en het neusje van de baby liggen op dezelfde hoogte, en de buiken van baby en moeder tegen elkaar. Het is heel belangrijk dat de baby niet het hoofdje hoeft te draaien om bij de tepel te kunnen. 

Wanneer er in een zittende houding, madonnahouding of doorgeschoven houding wordt gevoed is het belangrijk dat u goed rechtop zit met het buikje van de baby tegen uw eigen buik. De arm waarmee de baby wordt vastgehouden, kan ondersteund worden met een kussen. Ook hier zit het neusje op dezelfde hoogte als de tepel. De rug van de baby loopt in een lijn met het achterhoofd. 

Een derde mogelijkheid is het voeden met behulp van de rugbyhouding. Hierbij houdt u zittend de baby onder de arm, steunend op een kussen. Deze houding is prettig als er sprake is van stuwing, teveel melk, gevoelige tepels of zware borsten. Ook na een keizersnede of wanneer een tweeling gelijktijdig aan de borst gelegd wordt kan deze houding prettig zijn. 

Hoe aanleggen? Stap voor stap

  • Een baby houdt van rust tijdens zijn voeding.
  • Neem een gemakkelijke houding aan.
  • Leg je baby’s buikje tegen jouw buik. Gebruik één arm om je baby te steunen en de andere om de baby te helpen de tepel te grijpen.
  • Zorg dat het neusje van de baby mooi ter hoogte van de tepel ligt. Zo kan hij de tepel en een groot deel van de tepelhof gemakkelijk in de mond nemen.
  • Streel met de tepel zacht de lipjes van je baby. Hij herkent het signaal en opent in een ‘zoekreflex’ spontaan zijn mondje.
  • Is het mondje van je baby wijd open, breng je baby dan nog wat dichter bij, hij neemt de tepel en een groot deel van de tepelhof in zijn mondje. Zijn lipjes zijn naar buiten gekruld. 
  • Zuigt de baby enkel op de tepel, dan gaan de melkkanaaltjes dicht en komt er geen melk. Dit maakt de baby onrustig en de kans op kloven groter.
  • Het neusje is vrij en de kin van de baby ligt tegen zijn borst. De rug en de hals van de baby vormen zo één rechte lijn.
  • Als je met je vinger(s) duwt op je borst, bestaat de kans dat er een melkgang wordt dichtgeduwd. De tepel trekt daarbij ook naar voren en de kans op tepelkloven vergroot.
  • Door zeker tijdens de eerste weken bij elke voedingsbeurt de beide borsten te geven, wordt de melkproductie gestimuleerd.
  • De baby geeft zelf aan wanneer hij de voeding aan de eerste kant beëindigt. Door pas daarna de tweede borst aan te bieden, krijgt een baby voldoende van de meer calorierijke achtermelk. De borst die laatst werd aangeboden, wordt als eerste borst aangeboden bij de volgende voeding.
  • Sommige baby’s hebben melk van beide borsten nodig, anderen hebben na een poosje voldoende aan 1 borst per voeding.
  • Een gezonde, goed drinkende baby bepaalt perfect zelf de duur van zijn voeding. Zo voldoet hij aan zijn eigen energiebehoefte.

Tepelkloven

Borstvoeding geven hoort geen pijn te doen. Maar het is wel zo dat veel mama’s in de eerste dagen dat ze borstvoeding geven, een onaangenaam en soms pijnlijk gevoel ervaren als hun baby drinkt. Bindweefsel en melkkanalen moeten wat worden opgerekt. Als de baby goed is aangelegd, verdwijnt dit vervelende gevoel meestal snel.

Zere, beschadigde tepels komen meestal niet voor als de baby goed aan de borst gaat of als je op de juiste manier afkolft. Helaas lukt dat niet altijd en dan is het goed om te weten hoe je de huid van de tepels kunt behandelen om het genezingsproces te versnellen.

Het is belangrijk om de oorzaak van de tepelkloof te achterhalen. De meest voorkomende oorzaak is het niet goed aanleggen van de baby. De baby neemt geen grote hap, ligt niet juist ten opzichte van de tepel bij het nemen van de hap, of “hangt” aan de borst. Dit zijn zaken die de eerste levensdagen nog wat op punt gesteld moeten worden maar het is altijd mooi om zien hoe snel moeder en kind op elkaar ingespeeld raken.

Andere oorzaken kunnen zijn: een afwijkende positie of lengte van de tongriem (verkorte tongriem), verkeerd gebruik van de tong of spruw.

Bij kolven kan een niet goed passend borstschild, een te hoge zuigkracht of het niet juist verwijderen van het kolfschild de oorzaak zijn.

Laat dit probleem niet escaleren en neem zo snel mogelijk contact op met je vroedvrouw of lactatiekundige: zij zal je hierin begeleiden om verder onheil te vermijden en aan het herstel van de tepels te werken.

Behandeling

Tepelkloven geven pijn en ongemak. Daar willen we dus zo snel mogelijk vanaf. Als we kiezen voor een droog wondmilieu, laten we de wond op een natuurlijke manier genezen. Maar concreet betekent dit dat je dan de hele tijd met je borsten bloot moet lopen. Niet altijd evident. En dus wordt er meestal geopteerd voor een vochtige wondgenezing. Dit kan door het gebruiken van Hydrogel kompressen. Dit werkt tevens verkoelend. Het vastplakken van korstjes aan het zoogkompres of de BH, wordt hiermee ook voorkomen.

Zilver is een metaal met een bijzondere werking: het werkt als antibioticum en heelt ontstekingen. Zilverhoedjes die speciaal ontworpen zijn om op je tepels te plaatsen, zijn verzachtend en helend doordat ze een vochtig en antiseptisch klimaat creëren rond de tepel. Het is niet de goedkoopste oplossing maar wel effectief.

In sommige gevallen is de doorbloeding van de tepel, door druk van compres en BH, niet optimaal voor snelle wondgenezing. Het dragen van tepelbeschermers in de BH kan zorgen voor betere doorbloeding.