BORSTVOEDING

BORSTVOEDING


Eerst en vooral vinden we het fantastisch dat je het overweegt (of misschien al overtuigd bent) om borstvoeding te geven. Het is en blijft de meest optimale (en normale) voeding voor een mensenbaby.
Soms lukt het aanleggen van een baby vanzelf, soms echter loopt het niet van een leien dakje en kun je wat begeleiding en ondersteuning gebruiken.
Hieronder vind je enkele tips en aanwijzingen die je wat verder kunnen helpen. Als je echter met je handen in je haar zit en veel vragen hebt, is het aangewezen om iemand van ons aan huis te laten komen. We zullen dan met onze professionele ogen de situatie samen met jou grondig bekijken en zien wat we wel (of niet) moeten doen.






HUIDCONTACT



Vooraleer we meer uitleg geven over mogelijke pijnpunten rond borstvoeding, willen we eerst benadrukken hoe belangrijk het is voor jou en je baby om vooral in de eerste weken zoveel mogelijk huidcontact te hebben. Niet alleen om de borstvoeding goed op gang te krijgen, maar ook voor de hersenontwikkeling van je baby. Door dit huidcontact wisselen jullie sensorische informatie uit waardoor je baby gestimuleerd wordt in zijn natuurlijk babygedrag.

Wanneer je baby (of bij uitbreiding, eender welk ander zoogdier) uit zijn natuurlijk leefgebied – nl. zijn moeder – wordt verwijderd, vertoont hij alle lichamelijke tekenen van stress. Dat kan zich enerzijds uiten in hard beginnen schreeuwen of anderzijds in heel slaperig of apatisch worden. Hij zal dan ook minder snel naar de tepel zoeken, minder kalm blijven, onrustiger ademen, minder goed zijn lichaamstemperatuur kunnen behouden, slechter zijn bloedsuikerspiegel op peil kunnen houden en ook minder REM-slapen hebben (die net heel belangrijk zijn voor de hersenontwikkeling). Kortom, het kost je baby veel meer energie om te leven als hij niet huid op huid ligt.

En er is ook een direct verband tussen het onmiddellijke huidcontact na de bevalling en het op gang komen (en de duur) van borstvoeding. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat als moeder en baby minimum een uur huid op huid liggen, de kans op een succesvolle start van de borstvoeding het grootst is. Bovendien zullen moeders die een uur huidcontact genoten na de bevalling ook langer exclusief borstvoeding geven. De moeite waard dus om alvast deze “vuistregel” te respecteren.

GEVOELIGE TEPELS – KLOVEN



Gevoelige en pijnlijke tepels komen meestal voort uit het niet correct aanleggen van je baby. Preventie is dus de beste remedie! Als je baby goed toehapt en een groot deel van het borstweefsel in de mond neemt, zou hij zo lang mogen drinken als hij wil zonder dat dit pijnlijke tepels tot gevolg zou mogen hebben.
“Goed aanleggen” is hier het sleutelbegrip! Zorg eerst dat jijzelf comfortabel zit of ligt vooraleer je de baby aanlegt.

HOUDING


Een halfzittende houding waarbij het lijfje van je baby volledig leunt op dat van jou (biological nurturing), maakt dat hij vanzelf makkelijker op zoek zal gaan naar de tepel en zijn mond wijd open zal doen. Bijkomend voordeel is dat je dan minder last hebt van “zwaaiende handjes”

Het vaakst zie je moeders aanleggen in de “madonnahouding”: let er dan wel op dat het neusje van je baby vrij is en niet “verdrinkt” in je borst. Om goed te zijn, moet zijn hoofdje een klein beetje naar achter gekanteld zijn en dat kan je bewerkstelligen door je elleboog (van de arm waarmee je je baby vasthoudt) iets te laten zakken.

De “rugbyhouding” is de houding waarbij je je baby in je rechterarm neemt (als je bijvoorbeeld rechts aanlegt) en hem op een kussentje rechts van jou laat steunen waardoor hij dus niet op je buik maar langs je rechterzij ligt. De huidplooi die tussen je duim en wijsvinger zit, moet achter het nekje van je baby zitten en niet achter zijn hoofd. Je baby moet met zijn hoofd een beetje naar achter gekanteld naar je borst toe komen. De tepel wijst dan vanzelf naar het gehemelte van de baby, en dat is ook de plaats waar de tepel hoort terecht te komen.

Als je je baby vanuit deze rugbyhouding zou doorschuiven naar je buik en hem ook met je rechterarm zou blijven vasthouden, hebben we de “doorschuifhouding”. Dan mag je met de zijkant van je onderarm tegen de billetjes van je baby duwen zodat je handpalm naar boven draait (richting plafond). Je hand ligt met de palm naar boven onder zijn gezicht en niet onder zijn schouder of nek. Houd je borst met je linkerhand vast en wacht lang genoeg tot zijn mondje echt wijd open gaat. Als dat gebeurt, kan je met je rechterarm je baby dichter naar de borst toe halen (tepel wijst richting gehemelte) zodat hij genoeg borstweefsel in zijn mond meeneemt en niet enkel de tepel.

Liggend voeden kan handig zijn als je baby bij jou in bed slaapt, maar in de praktijk merken we dat dit aanleggen niet altijd correct gebeurt waardoor tepels die al gevoelig waren, echt pijn kunnen doen. Eenmaal de borstvoeding op wieltjes loopt en er niet meer zo nauw gekeken moet worden naar het aanleggen, is dit een handig alternatief.

Voor alle houdingen geldt sowieso dat je je baby een beetje ruimte moet geven om toe te happen, dat – eenmaal aangehapt – de lippen naar buiten gekruld moeten zijn zonder ruimte tussen je borst en de kin van de baby.
Als je tepels echt pijn blijven doen, kunnen volgende tips misschien helpen:

  • Laat je tepels zo veel mogelijk bloot aan de lucht.

  • Als je geen kleren tegen je tepels kunt verdragen, is het handig om borstschelpen te dragen: op die manier worden je tepels gevrijwaard van wrijving én kan je eventuele overtollige melk opvangen en in de koelkast bewaren of invriezen. Borstkompressen echter hebben de neiging om aan beschadigde tepels te plakken en zo nog meer schade te veroorzaken als je ze van je borst wilt halen.

  • Probeer na elke voeding een beetje moedermelk uit te duwen dat je dan over je tepel en tepelhof uitsmeert. Laat het aan de lucht drogen zodat er een natuurlijke filmlaag komt te liggen over de gevoelige huid.

  • Er zijn verschillende zalfjes op de markt die ook een beschermlaag over de gevoelige huid leggen (bijvoorbeeld lanoline) maar onthoud dat ze enkel verzachtend werken en niet probleemoplossend. Goed aanleggen blijft de boodschap!

  • Als de pijn aanhoudt tijdens het drinken, laat dan ook eens naar het tongetje van je baby kijken. Als zijn tongriempje te kort is, kan dat problemen geven bij het goed naar voren brengen van de tong: die tong kan dan geen mooie kuip maken (wat nodig is om een vacuüm te creëren) noch de golfbewegingen maken die mee de melk uit de borst helpen halen. In zo’n geval is het misschien aan te raden om dat tongriempje te laten knippen. Bespreek dit altijd eerst even met je (kinder)arts.

  • Een allerlaatste redmiddel is het inlassen van een “borstvoedingspauze”: hiermee bedoelen we dat je voor onbepaalde tijd de moedermelk kan afkolven en op een alternatieve manier geeft (bvb. via vingervoeding, cupfeeding of soms ook met een flesje). Op die manier krijgen je tepels even rust en de kans om te genezen. We stellen voor om te beginnen met een pauze van 24 uur om daarna opnieuw te evalueren. In sommige gevallen kan zo’n borstvoedingspauze enkele dagen duren.

  • Je zal vast al gehoord hebben van tepelhoedjes. Deze worden meestal spontaan aangeboden als redmiddel door familie of vrienden. Toch mag je die niet te pas en te onpas gebruiken, want ze kunnen soms de schade aan de tepels verergeren. Bovendien is er altijd een risico dat de melkproductie terug loopt (een borst wordt minder goed geleegd bij gebruik van tepelhoedjes) én dat de baby niet meer zonder tepelhoedje wil drinken. Zoek dus eerst hulp vooraleer je het gebruik van een tepelhoedje overweegt.

  • De grootste tip is ontegensprekelijk iemand van ons contacteren. Borstvoedingsbegeleiding ligt ons nauw aan het hart en omhelst ook ongeveer 90% van onze postnatale zorgen. We zijn ervoor opgeleid om moeilijke (borstvoedings)situaties te ontmijnen en weer “on track” te krijgen. Bovendien worden deze zorgen ook volledig terugbetaald door de mutualiteit.

  • STUWING



    Stuwing wordt veroorzaakt door vaatverwijding, weefselvocht en het op gang komen van je melkproductie. Je borsten voelen dan gespannen en vol aan en soms ook wel pijnlijk. Stuwing komt het meeste voor tussen dag twee en vier, maar kan ook later voorkomen. Door de volheid van je borsten kan je tepel vlakker worden waardoor je baby moeilijker de borst in de mond kan nemen. Dit maakt dat hij minder makkelijk moedermelk uit je borsten kan krijgen. De kans op pijnlijke en beschadigde tepels neemt dan toe.

    VERSCHIL TUSSEN STUWING EN BORSTONTSTEKING


    Bij stuwing kan je temperatuur wat verhoogd zijn. Koorts die gepaard gaat met jezelf ziek voelen, roodheid van je borst(en), harde plek(ken) en pijn kunnen wijzen op een borstontsteking.

    PREVENTIE

  • Leg je baby in de eerste 48 uur na de bevalling frequent aan, minimaal 8-12 keer per 24 uur (hoewel er binnen de eerste 24 uur wel een grote slaappauze kan zijn).

  • Let daarom goed op de eerste hongersignalen (tong uitsteken, handjes naar mondje brengen): die kunnen ook gebeuren terwijl de ogen van je baby nog dicht zijn.

  • Let op een goede houding waardoor je baby met weinig moeite je borst goed kan ledigen.

  • Laat je baby net zolang aan je borst drinken totdat hij zelf laat merken dat hij genoeg heeft.


  • SITUATIES DIE KANS OP STUWING VERGROTEN


    Zeer ernstige stuwing is vaak het gevolg van een verkeerd beleid rond borstvoeding en wordt veroorzaakt doordat melk niet goed uit de borst wordt verwijderd. Dit kan komen door:

  • Het geven van bijvoeding, anders dan afgekolfde moedermelk, waardoor je baby te weinig drinkt aan de borst en deze dus niet goed ledigt.

  • Uitstel van eerste borstvoeding(en)

  • Het strikt op schema voeden.

  • Beperking van de tijdsduur van de voedingen.

  • Baby van de eerste borst halen terwijl hij nog goed aan het drinken is met het idee dat hij anders de tweede niet meer neemt.

  • Wanneer je baby na een schijnbaar efficiënte voeding toch nog “zoekt” hem een tutje te geven in plaats van je baby aan de borst te leggen (“maar dat kan toch niet dat hij alweer wil drinken?” Ja, toch wel)

  • Wanneer je in het ziekenhuis na elke voeding moet “nakolven”, dit ook nog te blijven doen wanneer je melkproductie al op punt staat

  • Wanneer je vreest dat je niet genoeg melk zal hebben, zelf beginnen af te kolven waardoor je je productie onnodig de hoogte in jaagt

  • BEHANDELING


    Het bijzondere van stuwing is dat het normaal gesproken vanzelf minder wordt na een dag door goed en vaak aan te leggen. Het uitstellen van voedingen, je borsten strak inpakken of zelf weinig drinken, helpt niet om stuwing te verminderen.

    Om de klachten van stuwing te verminderen zijn verschillende behandelingen mogelijk, waarbij het altijd belangrijk is dat je de borst zo vaak mogelijk aanbiedt: zo geraken je borsten niet overvol.
  • Je kan wat melk afkolven met de hand, waarmee je je borst iets zachter maakt zodat je baby beter kan aanhappen. Deze moedermelk kun je later met een cupje aan je baby geven. Probeer zo vaak mogelijk aan de borst te voeden.

  • Je kan je borst masseren om de toeschietreflex op te wekken en de melk te laten stromen.

  • Het gebruik van warme kompressen vóór de voeding om de melkstroom te bevorderen.

  • Sommige vrouwen geven aan dat het gebruik van koude kompressen ná de voeding prettig aanvoelt.

  • Je kunt eenmalig je borsten helemaal leegkolven als je te lang met stuwing blijft rondlopen (het zogenaamde “resetten”).

  • In geval van twijfel mag je altijd iemand van ons contacteren.
  • BORSTONTSTEKING


    Een borstontsteking kan ontstaan op twee manieren:
    1. Melkstasis: de blijvende druk van stilstaande melk leidt tot een ontstekingsreactie (daar begint het altijd mee).
    2. Infectie: dan zijn er schadelijke micro-organismen die zich vermenigvuldigen en een ontsteking veroorzaken (dit is altijd een secundaire complicatie).

    Melkstasis ontstaat bijvoorbeeld door:
  • Voeden op schema
  • Flesvoeding tussendoor geven (waardoor baby langer slaapt)
  • Gebruik van fopspeen
  • ’s Nachts doorslapen van de baby
  • Te snel afbouwen van borstvoeding
  • Knellende kleding (bh’s)
  • BEHANDELING

    Melk moet stromen! Je moet dus vooral de doorstroming bevorderen:
  • Door warme gemberkompressen te gebruiken voor de voeding
  • Door warmte en massage of borstcompressie toe te passen tijdens het voeden
  • Door een juiste aanlegtechniek te gebruiken: zo zal de baby effectiever drinken
  • Door de aangedane kant eerst te geven
  • Door een borst goed te laten leeg drinken en eventueel na te kolven
  • Voorkom het afknellen van de melkkanalen
  • Schakel iemand van ons in om je hierin te begeleiden!
  • Als rust, warmte en vaak voeden geen duidelijke verbetering geven na 24 uur, maak je best een afspraak met een dokter, zeker wanneer er een zichtbare tepelkloof is. Hij zal dan waarschijnlijk een antibioticum voorschrijven. Vergewis je er altijd van dat dat antibioticum compatibel is met het geven van borstvoeding want het is zeker niet nuttig/nodig om te stoppen met borstvoeding. Een borstontsteking geneest namelijk sneller als er wordt doorgegaan met het geven van borstvoeding.